Kort antwoord: welke analysemethode kies je?
Beschrijvend voor eerste verkenning (gemiddelden, spreiding, mediaan). Gebruik t‑tests of ANOVA om te vergelijken tussen modellen en groepen, en non‑parametrische alternatieven als de data niet normaal verdeeld zijn. Voor herhaalde metingen of sensordata kies je gemengde‑effectmodellen. Voor batterijduur of tijd‑tot‑storingen passen survival‑analyses of Cox‑modellen beter.
Welke methode voor welk type data?
Splits je uitkomsten in klassen:
- Continue meetwaarden (scheerafstand, huidirritatiesscore): beschrijving + ANOVA of regressie.
- Binair resultaat (snijwond aanwezig/afwezig): chi‑kwadraat of logistieke regressie.
- Tijd‑tot‑faal (batterij leeg, storing): survival‑analyse.
- Sensordata of hoge frequentiemetingen (druk, trilling): time‑series en mixed models.
Voor apparaten met druksensoren – zoals de Pro Skull Shaver – behandel je de sensorreeksen als tijdreeksen en modelleer je within‑subject correlatie expliciet.
Herhaalde metingen en proefopzet: praktische keuze
Als je meerdere metingen per proefpersoon of per apparaat hebt (bijv. verschillende instellingen van een tondeuse), gebruik dan een mixed model met random intercepts voor proefpersoon en mogelijk random slope voor instelling. Dat scheidt apparaatvariatie van proefpersoonvariatie en is efficiënter dan meerdere losse t‑tests.
Praktische tip
Als een toestel instelbare scheerstanden heeft (zoals de Zeri in de grijze uitvoering), modelleer die instellingen als factor en test interacties tussen instelling en modeltype om te zien of sommige apparaten beter presteren bij specifieke standen.
Steekproefgrootte en meetonzekerheid
Doe vooraf een power‑analyse op basis van de minimale relevante verschilgrootte en de verwachte spreiding. Meetonzekerheid en reproduceerbaarheid bepaal je met herhaalde metingen en bereken de intraclass‑correlatie (ICC) of standaardfout van meting. Voor korte batterijtests: plan voldoende proefcycli; voor lange levensduurtests: gebruik versneld verouderingsexperimenten gecombineerd met survival‑analyse.
Kwaliteitscontrole, acceptatiecriteria en vervolgactie
Gebruik control charts voor productiecontroles en stel duidelijke acceptatiegrenzen op basis van klinisch of gebruikersrelevante verschillen. Voor huidveiligheid combineer je objectieve metrics (bloedingen, krasjes) met subjectieve scores en rapporteer je agreement‑metingen (Bland‑Altman of Cohen’s kappa). Als een analyse significante verschillen vindt, voer dan een post‑hoc powercheck uit en plan bevestigingstests.
Praktische volgende stap: bepaal per test of je data continu, binair of tijdsafhankelijk is en selecteer daarna de bijpassende analysemethode uit bovenstaand overzicht. Voor sensorgegevens begin je met time‑series visualisatie en vervolgens mixed models.